UT magazine sprak met Rookwalm

18 januari 2012


In een uitloper van Veurne, op het randje van De Moeren, ga ik op zoek naar de man met de snedige teksten en de knappe beats. Hoe hij werkelijk heet is bijzaak, ik zoek Rookwalm. De voorbije maanden kwam ik hem op Youtube, Myspace en andere media regelmatig tegen en mijn nieuwsgierigheid groeide met de dag. Door duisternis en koude regen ga ik op zoek naar een interview en een klein uur later keer ik huiswaarts met een heel ander idee.

Door Paul Vermeulen voor UT magazine

Rookwalm speelt met woorden zoals enkel een doorgewinterde hiphopper dat doet. Een combinatie van poëzie en de vierhonderd meter horden. Een kruising tussen het experimentele van een Van Ostaijen en het protesterende van een jonge Dylan. Ongeveer vijftien jaar geleden liet ’t Hof van Commerce aan de rest van de wereld weten dat West-Vlaamse Hiphop leefde. In hun kielzog volgden er anderen maar het genre bleek niet commercieel genoeg om platenmaatschappijen te beroeren. Sommigen, waaronder Rookwalm, besloten dan maar om het allemaal zelf te doen. Van tekst over melodie tot het branden van de CD, het gebeurt allemaal in eigen beheer. Hij zaait niet enkel, hij oogst en serveert het allemaal bereid op je bord. En het is geen koude schotel die je voor je neus krijgt. Het is pikant, bien cuit, en niet geschikt voor gevoelige kijkers. Rookwalm, zoals hij is. Geen interview, enkel en alleen zijn woorden :

kzien nu al 10 joar bezig
tis nog lange nie gedoan,
me muziek ku veel zwoarder
en nog oarter insloan,
tmoe meer leven,
kmoe meer geven, tdoe meer beven
kmoen der meer mee bezig zien
al was ‘t lik ‘t ende van me leven

(uit “10 joar bezig”)

Ik ben afkomstig van De Panne. Je kon me toen veel op het skatepark vinden en daar heb ik Hiphop leren kennen. ’t Hof van Commerce had toen veel airplay en dat sprak me wel aan. Samen met een schoolvriend begon ik dan teksten te schrijven en het één bracht het ander mee. Met vrienden vormden we een groepje en in het jeugdcentrum begonnen we echt te repeteren. In 2003 schreven we ons in voor Westtalent en voor Verse Vis. Westtalent bracht ons zelfs een finaleplaats op.

Het belangrijkste aan mijn muziek? Ik zou het niet weten. De basis is doorgaans een beat en daar werk ik dan verder aan. Ik ben altijd mijn eigen weg gegaan. Als ik op technisch vlak niet wist hoe het verder moest, zocht ik wel tot ik het vond. Mijn teksten zijn wellicht door de jaren heen meer volwassen geworden maar ik draai er nog steeds geen doekjes om. Ik schrijf over de dingen die ik meemaak en doe dat altijd zonder franje.

Woa zien die echte gebleven?
Vroeger zeidn w’aal
tis vo dereste van us leven,
mo doa, is dereste vast gebleven..
ik en bluven droppen ossan
vetter alles geven

(uit “10 joar bezig”)

In 2001 heb ik mijn eigen label ‘Dopeshit productions’ opgericht. Met mijn eerste groep ‘Writers of the lost art’ verkochten we dan CD’s op optredens en dergelijke en dat ging behoorlijk goed. Een eigen CD kreeg je dan nog vlot verkocht. Na enkele jaren hield ik het voor bekeken en besloot om alleen verder te gaan. Toen zijn de dingen pas echt beginnen evolueren. Ik leerde mensen uit de Gentse Hiphopscene kennen, mocht werk leveren voor een CD met verschillende groepen en er was zelfs interesse van Studio Brussel waar ik toen voor de eerste maal heen mocht. Samen met De Feesters heb ik dan later nog een liveset op Stubru mogen brengen.

Via Myspace leerde ik vervolgens Plukketuffer kennen, een Hiphopper uit Heist. Na wat mails heen en terug besloten we om samen iets te doen en na drie maanden hadden we een album klaar. Na enkele ontmoetingen begonnen we volledig via het internet te werken. Elke opname werd via email doorgestuurd en aangevuld. Zo ben ik dan bij ‘De Feesters’ terechtgekomen, de groep van Plukketuffer. Met hen treed ik regelmatig op en kan er dan ook wat van mijn solowerk brengen.

woar is de schone wereld?
Woar ejt verdoken?
woarom zei je vroeger dak
derop ging meugen lopen?
woarom ist gelogen, slut je men ogen?
Wil je men opsluten in me kop doaboven?

(uit “Schone wereld”)

Het is soms moeilijk om de dingen te combineren. Ik werk in een fabriek hier in Veurne en het gebeurt dat ik van de nachtshift kom en nog ‘even’ een idee wil uitwerken. Als ik dan uit mijn studio kom, merk ik dat er al verscheidene uren voorbij zijn en ik eigenlijk al lang had moeten liggen slapen. Maar als de inspiratie er is, dan moet je het gewoon doen en niet aan de kant leggen. Mocht de West-Vlaamse Hiphop in België wat meer ruchtbaarheid krijgen en ik er van zou kunnen leven, dan zou ik het zeker niet laten. Maar dat is het belangrijkste niet. De West-Vlaamse scene is een hechte groep. Iedereen kent iedereen. We hebben heel regelmatig onze optredens en dat primeert. Verder wil ik ook nog mijn weg zoeken in andere stijlen. Drum&Bass, Dubstep en dergelijke.

Lees het vervolg op utmagazine.be