Het land van nooit (Quinte Ridz)

8 februari 2012


Ja, geeft Quinte Ridz toe, de Vlaamse hiphop zit wat in het verdomhoekje. En daar heeft hij zichzelf ook kundig in gewerkt. ‘Fuck’ de Vlaamse bescheidenheid!

Vlaamse rap is het kleine, zieke, gehandicapte en vooral stotterende broertje van onze noorderburen, of zoiets, las ik gisteren in deze krant.

Nu mag er wel wat gezegd worden over de lange rij hits die onze ‘zwaarbeklompte’ buurman de laatste jaren aan elkaar heeft geregen in eigen land, maar vooral ook in onze regionen. En over de oorverdovende stilte die het antwoord was van de elke dag beatboxende en freestylende ‘Vlaamsche Leeuwen’.

Zijn ze dan echt stil of zijn ze al jaren de mond gesnoerd door diverse media? Iemand die iets te veel heeft geblowd, zou er bijna een complot in kunnen zien.

Maar voor ik de bijsluiter met de bijwerkingen van Prozac gratis bij mijn volgende album steek, toch enkele bedenkingen.

Vlaanderen is altijd al meer een rockcultuur geweest. Met de hele omarming van de hiphopcultuur zijn we toch later begonnen dan Nederland. Terwijl hiphop boven de Moerdijk een genre is dat serieus genomen wordt, overheerst in Vlaanderen nog steeds het beeld van de puisterige hangjongere met oversized kledij en misschien zelfs een gouden ketting en scheve pet als kers op de taart.

Maar die parallel kunnen we in Nederland ook trekken met stand-upcomedy, cabaret en het Nederlandstalige levenslied: ook die genres zijn bigger in Holland dan in Belgium. In Vlaanderen moeten we het toch meer hebben van de gimmick. Eddy Wally is nu eenmaal geen André Hazes.

In een gezapig dialect rappen, de parodiërende carnavalshit en wat rappen over de baas als grap op het personeelsfeest, daar lusten we hier dan wel weer pap van. Maar als het gemeend en ernstig is bedoeld, is hiphop toch wel iets te recht in het gezicht voor ons, Vlamingen. Wat doen we onze, tot over de grenzen welbekende Vlaamse bescheidenheid, dus weer alle eer aan. Blijkbaar is de Nederlander trotser op zijn taal en identiteit. Hier moeten we ervoor opletten dat als we iets te trots zijn op onze Vlaamse taal niet versleten worden voor de laatste onenightstand van An-Sofie Dewinter.

De hook

Kwaliteit en potentieel is er in Vlaanderen zeker en vast. Enkele honderden zijn er op een zeer gedreven en professionele manier mee bezig, zij het dan wel in de marge. Misschien begrijpen ze niet allemaal hoe de muziekindustrie werkt en hoe ze een lekkere popsong moeten maken. Of misschien kan hen dat ook geen fuck schelen, en zijn de meesten meer dan gelukkig in hun eigen subcultuur en met de erkenning die ze daar krijgen? Rappen kunnen ze minstens even goed als over de landsgrenzen, maar een zeer goede, catchy hook hoor ik ook zelden in een Vlaams rapnummer.

Bedoelen ze dat met de kwaliteit, niet radiovriendelijk genoeg?

Geen nood, we hebben tenslotte een alternatieve radiozender die daar niet over zal struikelen, waar groepen uit Vlaanderen al sinds jaar en dag een warm nest hebben. Het genre is toch al populairder dan ooit tevoren.

Maar toch is het een spijtige vicieuze cirkel waar we als Vlaamse rappers/ hiphopproducers nu in vast zitten. Radio draait het niet, platenfirma’s tekenen het niet want het wordt niet gedraaid op radio, festivals boeken het niet want platenfirma’s tekenen het niet en ze hebben geen airplay en de geschreven pers schenkt er weinig aandacht aan omdat er niet echt een reden is om over een band te schrijven die eigenlijk niets heeft bewezen.

En dan zwijg ik nog over de omkadering die een platenfirma kan bieden bij de budgetten en de kwaliteit van de opname en bij het pluggen van deze artiest bij de radio.

Lees verder op de website van De Standaard