Er borrelt iets aan de oevers van de Schelde

Rap en andere “urban arts” zijn tegenwoordig hip in Antwerpen. En dat nadat ze jarenlang van weinig tot geen betekenis waren in het Vlaamse cultuurlandschap. Gewoon interesse in een globaal fenomeen? Of is er meer aan de hand?

Door Bruno Morez

Elf maart 2011, ongeveer een jaar geleden. Antwerpen-Centraal is de locatie voor het openingsfeest van Antwerpen Europese Jongerenhoofdstad. Het publiek voor de Urban Stage gaat los op de muziek van Vlaamse en Nederlandse rappers.

In het publiek opvallend veel migrantenjongeren uit “probleembuurten” zoals Borgerhout en Antwerpen-Noord. Achteraf komt schepen van jeugd Leen Verbist (sp.a) organisator Mark Vekemans uitvoerig bedanken. Omdat hij er in is geslaagd een haast onbereikbare doelgroep te engageren voor een cultureel evenement.

Vanaf dat moment staan rap en andere urban arts (graffiti, breakdance, enz.) hoog op het prioriteitenlijstje van het Antwerpse stadsbestuur.

En dat is best opmerkelijk. In tegenstelling tot in onze buurlanden is Vlaamse rapmuziek nog steeds het hele kleine broertje van rock- of dancemuziek.

In de jaren 80 begonnen in heel Europa jongeren te luisteren naar Amerikaanse rapmuziek. In Nederland, Frankrijk of Duitsland zijn artiesten van eigen bodem ondertussen populairder dan Amerikaanse export zoals 50 Cent of Drake. De Franse rapscene is na die van de VS de grootste ter wereld, met artiesten die honderdduizenden platen verkopen en voetbalstadions uitverkopen.

Sinds de jaren 90 brengen Europese artiesten werk uit dat op geen enkel vlak moet onderdoen voor “het Amerikaanse origineel”. Alleen in Vlaanderen lijkt het genre maar niet te willen aanslaan.

‘Ze draaien ons niet’

Kris Strybos a.k.a. Scale is een Antwerpse hiphopveteraan. Als lid van de Sint-Andries MC’s had hij eind jaren 90 een serieuze hit met Represent 2000. Even leek het alsof de Vlaamse rapscene eindelijk aan haar opmars begonnen was. Maar voor de Sint-Andries MC’s bleef het bij die ene hit. Enkel ‘t Hof van Commerce, met o.a. Filip Kowlier, wist een bescheiden carrière uit te bouwen. De rest van de artiesten hield er mee op of verdween terug in de underground, zoals Kris Strybos en zijn kompanen.

Strybos: ‘Waarom de Vlaamse scene nooit echt van de grond is gekomen? Omdat er geen enkel serieus label is op gesprongen en geld heeft geïnvesteerd. Als rapper moet je teksten schrijven en rappen, dat kan je niet combineren met T-shirts drukken, websites onderhouden en promo maken. Daar kruipt te veel tijd in.’

Maar dat was eind jaren 90. Toch staat Vlaamse rapmuziek anno 2011 op het eerste zicht niet veel verder dan toen. Is er dan niks veranderd?

Organisator Mark Vekemans, ook vast medewerker bij de stad, draait de vraag liever om. Waarom zou een radiozender of een label tegenwoordig interesse moeten hebben in een niet-professioneel product?

Vekemans: ‘Het verschil met Franse, Nederlandse of Duitse rappers is dat die een afgewerkt concept hebben en een imago, een plaat, een huisstijl, enz. Je kan niet meer op de proppen komen met democassettes en 1 nummer per 5 maanden op Facebook. Een afgewerkt product krijgt podiumkansen en komt in de pers. Hoeveel goeie Vlaamse rapalbums zijn er de laatste twintig jaar verschenen die je echt professioneel kan noemen. Tien misschien?’

Vekemans wordt in die mening bijgetreden door Filip Baeyens, rapfan en directeur van het cultureel centrum van Deurne dat regelmatig lokale rapacts programmeert: ‘Ik denk dat huiskamerdj’s en mc’s tot dusver vooral aan het creëren waren. Terwijl je evengoed mensen nodig hebt die zich bezig houden met de omkadering. Hoe je dingen op plaat zet, hoe je goeie opnames maakt, hoe je je werk promoot, hoe je shows kan boeken.’

Maar, zoals Strybos al opmerkte, een professionele omkadering kost tijd, tijd die je nodig hebt om muziek te maken.

‘De stijgende lijn’

Net op het vlak van omkadering is er de laatste jaren iets aan het bewegen. Onafhankelijke labels zoals het Antwerpse Eigen Makelij of Rauw en Onbesproken in Gent brengen regelmatig professioneel ogende en klinkende albums uit, promoten ze en organiseren ook shows waarop de artiesten uit hun stal kunnen optreden.

Tim Dalle van Eigen Makelij: ‘Er is eindelijk een referentiekader. Jonge artiesten weten nu dat een bepaalde hoeveelheid werk ook iets concreets oplevert.’

Die ontwikkeling komt ook de kwaliteit van de muziek ten goede. Filip Baeyens: ‘Het zorgt ervoor dat het talent dat al zolang sluimert eindelijk naar een hoger niveau wordt getild.’

Tegelijkertijd is er de toenemende interesse van lokale besturen, zoals dat van Antwerpen, in alles wat “Urban” is.

Vekemans: ‘Vijftig procent van Antwerpenaars jonger dan 18 zijn van een andere origine. Die brengen hun vrije tijd niet door in de scouts of in de muziekschool. Ze hebben andere interesses en Antwerpen gaat daar veel meer op moeten inzetten als ze de boel onder controle wil houden.’

Kortom, “Urban” lijkt dé manier te zijn om deze jongeren aan te spreken.

Haast en spoed

Maar die strategie mag niet te lichtvaardig worden gebruikt, vinden sommigen. Tim Dalle: ‘Het stadsbestuur zet allerlei initiatieven op om hiphopartiesten te steunen, maar ze kunnen het niveau van die artiesten niet inschatten. En dat zorgt voor een gebrek aan kwaliteit.’

Mark Vekemans: ‘Je moet jezelf eerst bewijzen. Niet iedereen die denkt dat hij een rapper is, moet zomaar subsidies of begeleiding krijgen. Een stedelijk ondersteuningssysteem kan werken, maar het talent moet er zijn. En dat is in het verleden al wel eens fout gelopen.’

Een bijkomend risico van een te enthousiaste aanpak van lokale overheden, is dat de doelgroep afhaakt. Je moet geen deskundige zijn om in te zien dat deze jongeren zich liever niet teveel associëren met de overheid. Volgens Tim Dalle zie je dat ook aan de resultaten van zo’n beleid: ‘De artiesten die door een stad naar voren worden geduwd, worden niet goed onthaald door het publiek.’

Veteraan Kris Strybos vat het kernachtig samen: ‘Als je er een grote rode A op plakt, is het niet cool meer. Maar dat gaat er bij ‘t stad absoluut niet in.’

Toch is iedereen het er over eens dat het de juiste kant opgaat. Het wordt een werk van lange adem maar er borrelt iets aan de oevers van de Schelde.